Hoe herken jij het narcistische deel in jezelf? Een uitnodiging tot eerlijk zelfonderzoek

augustus 1, 2026

Mensen schrikken als ik hen de vraag stel: ‘Hoe herken jij het narcistische deel in jezelf?’

Begrijpelijk, want narcisme is een beladen woord. We koppelen het aan mensen die manipulatief zijn en zichzelf boven anderen stellen. En dan denken we: dat doe ik niet.

Toch is het interessant om eens naar jezelf te kijken. Want vanuit een systemische benadering kijken we niet naar gedrag als iets dat iemand heeft, maar als een dynamiek die in een systeem functioneert en die onder bepaalde omstandigheden actief kan worden in ieder van ons.

De vraag is daarbij niet of je een narcistisch deel in je draagt. De vraag is: wanneer activeert het zich en wat doet het dan?

Reflectievraag:
Wie in jouw leven heb jij ooit van narcisme beschuldigd? En (nu komt het...) welk deel van dat gedrag herken je, hoe klein ook, in jezelf?

Wat is narcisme eigenlijk?

Als mensen het woord narcisme horen, denken veel mensen meteen aan die ene collega die altijd over zichzelf praat, de ex die manipuleert of de leider die over iedereen heen-walst.

Maar wat is narcisme eigenlijk? In de kern draait narcisme om een overdreven focus op het zelf. Het gaat om de behoefte bewonderd te worden, het onvermogen om echte kwetsbaarheid toe te laten en de ander werkelijk te zien.

Narcisme kent gradaties, van gezonde zelfwaardering tot een persoonlijkheidsstoornis. Maar ergens op dat spectrum, en dat is het ongemakkelijke nieuws, bevinden we ons allemaal.

Reflectievraag:
Hoe herken jij bij jezelf het verlangen om gezien te worden?

Narcisme heeft vele gezichten

Narcisme ziet er niet altijd uit zoals we denken. De arrogante leider die de kamer domineert, dat beeld kennen we. Maar narcisme verbergt zich ook achter eenvoudiger gedrag.

De activist die strijdt voor rechtvaardigheid, maar vanuit een wond die zo groot is geworden dat alleen zijn waarheid nog telt. Het scherpe oordeel naar de ander verbreekt de verbinding. De expert die het altijd beter weet en niet kan luisteren. Een gelijkwaardig gesprek is niet mogelijk. De gulle gever die altijd klaarstaat, maar de anderen krijgen geen kans, want zijn hulp is ook zijn podium.

Covert narcisme

Er is ook een stillere verschijningsvorm die minder snel wordt herkend: het kwetsbare of covert narcisme. Waar de klassieke narcist de kamer domineert en de aandacht opeist, trekt de covert narcist zich juist terug. Maar van binnen leeft hetzelfde verhaal, het gevoel bijzonder te zijn, miskend te worden, niet gezien te worden zoals je werkelijk bent. De pijn wordt niet naar buiten gebracht maar naar binnen. In gevoeligheid voor kritiek, in de slachtofferrol, in jaloezie.

Denk aan de collega die structureel zwijgt in vergaderingen maar thuis verzucht: 'Niemand luistert toch naar mij.' Die bij elk meningsverschil weken gekwetst blijft. Aan de buitenkant bescheiden. Van binnen de overtuiging dat hij eigenlijk meer verdient dan hij krijgt en dat de ander daarin tekortschiet.

Geen van deze patronen is een keuze. Ze zijn een antwoord op een vroegere werkelijkheid. Maar ze vragen wel om eerlijk zelfonderzoek, want zolang je het niet ziet, bestuurt het je.

Wanneer is narcisme gezond en wanneer niet?

Gezonde zelfwaardering is de capaciteit om je eigen behoeften te kennen en grenzen te stellen. Zonder een gezonde dosis narcisme kun je niet functioneren. Je zou jezelf volledig verliezen in de behoeften van anderen.

De term 'gezond narcisme' is ontleend aan de zelfpsychologie van de Oostenrijks-Amerikaanse psychoanalyticus Heinz Kohut (1913–1981). Waar de klassieke psychoanalyse narcisme primair als pathologisch zag, erkende Kohut het als een normale ontwikkelingslijn die, wanneer goed ondersteund, leidt tot gezond zelfvertrouwen, ambitie en idealen.

Het wordt problematisch als het zelfgevoel zo fragiel is dat het voortdurend bevestiging van buiten nodig heeft. Empathie voor de ander verdwijnt. De eigen waarheid wordt de enige waarheid. En het gaat ten koste van echte verbinding.

Kun jij je narcistische deel inzetten wanneer nodig en weer loslaten? Dan is het gezond. Beheerst het jou zonder dat je het ziet? Dan verdient het aandacht.

Maar of het nu gezond is of niet, het is nooit zomaar ontstaan. Narcistisch gedrag kent altijd een geschiedenis.

Narcistisch gedrag kent altijd een geschiedenis

In de kern wil ieder mens gezien worden. Dat verlangen is fundamenteel, het maakt ons mens.

In een gezond systeem ontvang je in je jonge jaren voldoende bedding. Een omgeving die je draagt en ziet. Dat creëert een voedingsbodem die draagkrachtig genoeg is om een evenwichtig leven op te bouwen.

Maar de meeste mensen raken ergens gewond. Door ouders die zelf niet genoeg ontvingen. Door een systeem dat geen ruimte bood voor kwetsbaarheid. Door ervaringen die te vroeg kwamen of te groot waren. Soms is die pijn niet eens van henzelf, maar overgedragen vanuit vorige generaties.

En dan kan het narcistische deel een copings-mechanisme worden. Een manier om te overleven in een omgeving die onvoldoende veiligheid bood. Groter worden als je klein werd gemaakt. Jezelf centraal stellen als niemand anders dat deed. De ander buiten houden als verbinding pijn deed.

Een patroon is alleen werkelijk gezond als het een keuze is, niet als het voortkomt uit een overlevingsstrategie. Ook niet als het maar een beetje zo is. Want een patroon dat onbewust wordt geleefd, hoe klein ook, stuurt jou. Niet andersom.

De functie van narcisme in het systeem

Vanuit systemisch perspectief staat narcistisch gedrag nooit op zichzelf. Het functioneert altijd in een context. In een gezin, een organisatie, een maatschappij. Daarmee vervult het een systemische functie.

Het kan een dynamiek zijn die in een organisatie ontstaat als leiderschap faalt. Of in een gezin, wanneer een ouder onvoldoende bedding heeft ontvangen en daardoor zijn of haar eigen behoeften centraal stelt ten koste van die van zijn kinderen. Op maatschappelijk niveau zie je hetzelfde patroon. Een systeem dat prestatie en status boven verbinding en kwetsbaarheid plaatst, nodigt narcistisch gedrag uit.

Dat betekent dat de plek van narcistisch gedrag in een systeem beschikbaar is. Als de narcistische leidinggevende vertrekt, neemt vaak iemand anders die plek in. Zolang de onderliggende dynamiek niet verandert, verandert het niet.

Dat betekent dat je narcistisch gedrag nooit volledig kunt begrijpen door alleen naar de persoon te kijken. Je moet ook kijken naar het systeem waarin het zich voordoet en de functie die het daar vervult.

De ander betichten is makkelijk, jezelf onderzoeken is moeilijk

Het is heel eenvoudig om de ander van narcisme te betichten. Zeker als je zelf veel hebt gegeven en je grenzen niet werden gerespecteerd. Die pijn is reëel. Maar in de veroordeling sta je op dezelfde plek als datgene wat je veroordeelt.

Oordelen is ook een manier om jezelf centraal te stellen. Om de ander te reduceren tot een etiket, zodat je zelf geen verantwoordelijkheid hoeft te dragen. Dat is, hoe ongemakkelijk ook, een narcistische beweging.

En tegelijk is het begrijpelijk. Want oordelen heeft een functie in een systeem. Het schept 'helderheid' in een wereld die complex is: goed en fout, dader en slachtoffer, jij en ik.

Maar een systeem dat in stand wordt gehouden door het buitensluiten van een deel van de werkelijkheid, is onhoudbaar. Vroeg of laat klopt dat deel op de deur.

Alle polariteiten huizen in ieder mens

Een van de meest bevrijdende en tegelijkertijd meest ongemakkelijke inzichten uit de systemische psychologie is dat alle polariteiten zich huisvesten in ieder mens.

Het zijn twee zijden van dezelfde medaille. Ze ontlenen hun bestaansrecht aan elkaar. Zonder schaduw geen licht. Zonder angst geen moed. Zonder twijfel geen zelfvertrouwen. Ze bestaan niet naast elkaar, ze definiëren elkaar.

Die dynamiek speelt op twee niveaus. In je omgeving: de een trekt het andere aan. Een narcistische leidinggevende trekt symbioten aan. Een pleaser trekt iemand aan die neemt. Het systeem zoekt zijn evenwicht.

Maar ook in jezelf: als één pool dominant wordt, verdwijnt de andere niet. Hij wordt ontkend. En wat ontkend wordt, zoekt een uitweg. Via de ander. Via je lichaam. Via je gedrag op momenten dat je het minst verwacht.

Narcisme kent de tegenpool zelfontkenning. Wie zichzelf volledig wegcijfert, draagt het narcistische deel in de kelder. Wie zichzelf altijd centraal stelt, draagt de kwetsbaarheid verborgen mee.

Zolang je maar één kant ziet, ben je niet vrij.

Pleasen, de andere pool van dezelfde polariteit

Pleasen lijkt het tegenovergestelde van narcisme. Iemand die zichzelf wegcijfert, die altijd klaarstaat voor de ander, die nooit nee zegt, hoe kan die narcistisch zijn?

Pleasen bevindt zich op de andere pool van dezelfde polariteit. Het is zelfontkenning waar narcisme zelfverheffing is. Maar ze komen uit dezelfde wond en ontlenen hun bestaansrecht aan elkaar.

Kijk eens wat er vaak achter het pleasen zit:
• De behoefte om aardig gevonden te worden.
• De overtuiging dat jouw waarde bepaald wordt door wat je voor de ander doet.
• De stilzwijgende verwachting dat jouw opoffering gewaardeerd en beloond wordt.

Pleasen komt voort uit dezelfde wond als narcisme. De angst om niet te bestaan in de ogen van de ander. En dus geef je. Niet altijd vanuit liefde, maar vanuit de behoefte om veilig te blijven. In die strategie staat onbewust niet de ander, maar het eigen zelfbeeld centraal.

Dat maakt pleasen niet slecht. Maar het nodigt wel uit tot een eerlijke blik.

Reflectievraag:
Ben jij werkelijk dienstbaar of probeer je via dienstbaarheid iets te krijgen of te vermijden? Wat zou er gebeuren als je ermee zou stoppen? 

Casus: de helper

'Ik sta altijd klaar voor anderen, maar niemand ziet mij.'  Een vrouw van 46 kwam bij me voor begeleiding. Ze was de spil in haar gezin, op haar werk, in haar vriendenkring. Mensen konden op haar bouwen. En toen kwam geheel onverwacht de scheiding. Ze zag het niet aankomen.

In een coachtraject gaan we op onderzoek uit. Ze gaf veel, maar niet onvoorwaardelijk. Ze gaf onbewust met een verwachting, dat de ander dit zou beantwoorden. En daar zit het narcistische deel. Die beweging kende een geschiedenis. Al vroeg had ze geleerd dat liefde iets was wat je verdiende. En zo werd geven haar manier om afwijzing te voorkomen.

Maar hoe meer ze gaf, hoe meer haar voormalige partner zich terugtrok. Hoe meer hij zich terugtrok, hoe harder ze gaf. Dat is de dynamiek van de helper. Zelfopoffering als strategie.

'Ben je werkelijk dienstbaar,' vroeg ik haar, 'of probeer je via dienstbaarheid iets te krijgen of te vermijden?' Deze vraag kwam binnen.

Pas toen kon ze begrijpen wat er werkelijk had gespeeld. Langzaam mocht ze gaan ontdekken wat het betekende om voor zichzelf te zorgen. 'Ik was zo druk met geven, dat ik niet eens wist wat ik zelf nodig had.'

Casus: de activist

Een vrouw van 38, moeder van 2 kinderen, streed voor rechtvaardigheid. Al jaren. Ze kende die plek van uitsluiting, ze had hem zelf gekend. Vanuit die wond was haar activisme geboren. Oprecht en betrokken. Maar ergens onderweg had haar wond de regie overgenomen. Ze kon alleen nog haar eigen waarheid zien.

Wie vanuit dezelfde waarde handelde maar een andere weg koos, werd vijand. Dat is het moment waarop een oprechte waarde verblindt. Wanneer je niet meer vecht voor de ander, maar tegen je eigen gewondheid. 

In het traject stond ze zichzelf toe naar die wond te kijken. Naar de oorsprong van haar waakzaamheid. Wat er daarna gebeurde verraste haar. Ze werd niet minder overtuigd. Ze werd gegronder. Ze kon de ander weer zien. De ontmoeting werd mogelijk. En haar boodschap landde beter.

Wat je denkt dat je bent, dat ben je niet, en wat je denkt dat je niet bent, ben je dubbel.

Dit is een van de krachtigste uitspraken die ik ken in het kader van zelfonderzoek.

Wat je denkt dat je bent, is een construct. Het wordt gevormd door overtuigingen die in de loop van je leven zijn ontstaan. Maar het vertelt nooit het volledige verhaal

Het onbewuste is krachtiger dan het bewuste. Als jij ervan overtuigd bent dat je niet narcistisch bent, dan ben je dat des te meer. Met de overtuiging stuit je op het onderdrukte deel dat via de achterdeur naar binnen komt: in je afgunst naar de ander, in je verborgen trots, in je subtiele behoefte om gelijk te krijgen.

Schaduwwerk: de weg naar binnen

Wat je sterk veroordeelt in de buitenwereld, heeft vrijwel altijd een correspondent in jezelf.

Carl Jung noemde het de schaduw: het deel van onszelf dat we niet willen zien, dat we hebben afgesplitst omdat het niet paste bij wie we dachten te moeten zijn.

De schaduw is alles wat we hebben onderdrukt, inclusief kracht, seksualiteit, boosheid, trots, en ja: narcisme. Schaduwwerk is het bewuste proces van het terugbrengen van dat wat afgesplitst is. Het is een liefdevolle ontmoeting met de delen van jezelf die in de kelder zijn beland en je al die tijd onbewust hebben beheerst.

Reflectievraag:
Wat irriteert jou het meest aan anderen? En welk verlangen zit er achter dat gedrag dat jij ook kent maar op een andere manier uitdrukt?

Hoe is dit voor mij?

Ook ik ben niet vrij van deze dynamiek. Ik herken de activist in mezelf, de momenten waarop mijn eigen wond de regie neemt zonder dat ik het doorheb. En ik weet inmiddels dat die wond niet alleen van mij is. Ze kent een geschiedenis die verder teruggaat dan mijn eigen leven. Dat besef maakt het makkelijker om mild te zijn. Naar mezelf. En naar de ander.

Bij mij activeert het ongezonde deel als ik me afgewezen voel. Dan vernauwt mijn perspectief en ga ik uit verbinding. Ik veroordeel de ander in stilte. Soms gaat mijn kin letterlijk een beetje omhoog en onthult mijn blik mijn binnenwereld.

Die beweging kent een geschiedenis. Ooit was het helpend.

Nu ik het bij mezelf kan zien, kan ik iets anders kiezen. Als ik wil. Want eerlijk is eerlijk, de oude beweging voelt soms heel vertrouwd. Alleen brengt het me meestal niet naar waar ik wil zijn.

Reflectievraag:
In welke situaties vernauwt jouw perspectief en word jijzelf de maat der dingen?

Narcisme als uitnodiging

Het onderzoeken van het narcistische deel in jezelf vraagt moed om te kijken naar wat je liever niet ziet. De plek van verboden gevoelens zoals angst, schaamte, wrok en razernij. Ze zijn de toegangspoort naar eerlijke zelfkennis van waaruit zelfliefde groeien. Zelfliefde die niet langer afhankelijk is van de bevestiging van de ander.

Aleksandr Solzjenitsyn schreef het vanuit eigen ervaring. Als gevangene in de Sovjet-Goelag zag hij het beste en het slechtste van de mens van dichtbij. Zijn conclusie: 'De scheidslijn tussen goed en kwaad loopt niet tussen staten, klassen of partijen, maar dwars door het hart van ieder mens.'

Als je je eigen schaduw kent, hoeft je hem niet langer te projecteren op de ander. Je kunt er bewust mee omgaan in plaats van erdoor gestuurd te worden. Dat werkt heel bevrijdend. Maar let op, het is een voortdurende uitnodiging.

Niemand is vrijgesteld van dit werk en juist dat maakt het zo verbindend. Want in de erkenning van onze gedeelde menselijkheid ontstaat de ontmoeting. Echt contact, met de ander en met jezelf.

Voor wie durft.

En voor wie daarbij begeleiding wil: in een coachingstraject of familieopstelling maak je kennis met de delen van jezelf die je liever buiten beeld houdt, zodat ze je niet langer onzichtbaar sturen en je vrijer wordt in wie je bent.


Note: Dit blog is geschreven vanuit persoonlijke waarneming en ervaringen in de praktijk. Het is een perspectief, aangeboden als spiegel.

10 Voedingstips

Wil jij weten wat Marieke heeft geholpen?

Vraag dan het E-book aan waarin zij je haar 10 beste voedingstips met je deelt: